Kriskras

Het is een mooi gezicht, vliegtuigen die kriskrassend van links naar rechts hun plekje bij de gates weten te vinden. Die van mij zoekt nog even door en volgens de grondstewardess gaat het nog wel even duren. Diegenen die het wachten op vlucht KL1774 zat zijn, ijsberen door de terminal, zijn aan de telefoon of halen, zoals Bram, koffie.

Ik zit bij het raam, omringd door leegte waar eerder tientallen ongeduldige medepassagiers zaten te wachten. Jij ploft op het bankje tegenover mij en klapt een felblauwe laptop open.

Bruine krullen, stug met een lichte glans er in, geen duidelijke scheiding. Ik wil er doorheen woelen. Zoals ik ’s-ochtends in bed deed. Jou wakker maken door jouw krullenbos te aaien, de vorm van een krul met mijn vingers te voelen en langzaam de rug van mijn hand langs jouw hals te laten glijden.

Donkere ogen, scherpe zwarte wimpers en karakteristieke wenkbrauwen, afgezet tegen een lichte huid. Jouw ogen gefocust op het scherm. Je probeert je te concentreren, maar voelt dat ik naar je kijk. Ik glimlach voorzichtig. Jij glimlacht voorzichtig terug. Jouw ogen fonkelen. Mijn ogen fonkelen terug. Jouw blik vangt de mijne op. Een moment van herkenning. Zoals op dat feestje, lang geleden. Dat feestje waar jij en ik elkaar aankeken. Jij aan de ene kant van de kamer en ik aan de andere kant van de kamer. Jouw ogen lazen mijn ogen. Je liep op me af, pakte mijn hand en schaterlachend liepen we richting de uitgang. 

Je tikt zenuwachtig met je vingers op de metalen leuning. Ik maak je nerveus. Altijd al. Plekjes zoekend waar we elkaar beter ‘konden leren kennen’. Jouw vingers op mijn heupen, zachtjes knedend, onze lippen stevig op elkaar gedrukt.

Mijn ogen zoeken die van jou. Je kijkt naar buiten, de laptop inmiddels dichtgeklapt. Zachtjes fluister ik in je oor. Lieve woordjes, ondeugende woordjes. Pretoogjes. Onze vingers verstrengeld, mijn zomerjurkje, een zacht briesje langs mijn blote benen. Jouw ongeschoren kin schuurde langs mijn schouders. Luchtkusjes, handkusjes, lieve kusjes, intense kusjes, daar op het strand van Antibe. Zou het kunnen?

Je brengt me terug naar waar ik wil zijn. Wegdromend, terug naar hoe het had kunnen zijn. Terug naar het begin. Toen jij en ik elkaar voor het eerst zagen, in de rij bij de Starbucks. Je glimlachte naar me, ik glimlachte terug. Je liet mij voor gaan, je wist het nog niet. Ik bestelde een Tall soya latte met extra shot espresso. Jij rende weg om je trein te halen. Ik dronk mijn koffie en dacht aan jou. En nu ben je hier, op het vliegveld van Frankfurt. 

Bram geeft me een beker hete koffie en ploft naast me op het bankje. Enigszins bezweet, maar hij is er weer. Hij kust me. ‘We kunnen zo boarden.’

Ik kijk naar links, ons vliegtuig staat klaar. Ik kijk weer terug, naar jou. Jij bent weg. En ik drink weer mijn koffie.

***Geschreven voor de NPO Verboden Vruchten Schrijfwedstrijd. Niet gewonnen, wel fijn geschreven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s